Onverwacht grote belangstelling voor bio druiventeelt Zuid-Afrika

conference-v3.jpgZuid-Afrika telt ongeveer 650 producenten van tafeldruiven, vrijwel allemaal gangbare telers. Meer dan 130 van hen, ofwel 20%, was op 10 mei  aanwezig bij een conferentie over de kansen voor biologische druiventeelt in Zuid-Afrika. De conferentie werd in Stellenbosch georganiseerd door de Nederlandse specialist in biologische groente en fruit  Eosta. “In de gangbare teelt lopen we tegen groeiende problemen op,” zei teler Easton Marsh van Lushof. “De jaarlijkse droogtes worden extreem, en de weerstand tegen bestrijdingsmiddelen groeit. De biologische teelt biedt oplossingen.” 

Eosta organiseerde de conferentie “Capitalising on Sustainability” om gangbare druiventelers voor te lichten over de economische en ecologische voordelen van biologische teelt. “Sinds Jan van Riebeeck de eerste tuinen aanlegde op de Kaap, is dit land altijd een voorloper in de landbouw geweest,” zegt Volkert Engelsman, CEO van Eosta. “Maar in de laatste jaren is Zuid-Afrika gaan achterlopen op het gebied van verduurzaming. Het aandeel biologisch in Zuid-Afrika is nu 0,05% van het areaal. Dat is eigenlijk een gemiste kans.”

Tekort aan aanbodzijde

Engelsman mikte in eerst instantie op 30 bezoekers, en noemt de overweldigende  belangstelling een “trendbreuk”. Hij stelt dat er genoeg ruimte in de markt is voor nieuwkomers. “De biologische markt voor druiven in Europa groeit elk jaar met dubbele cijfers, en er is een tekort aan de aanbodzijde. Wij werken nu met vier fantastische telers, maar er is ruimte voor meer. Telers die willen omschakelen, kunnen op onze steun en advies rekenen.”

Nieuwe druivenrassen

Voor veel gangbare telers was de grootse drempel tot nu toe dat de gangbare druivenrassen niet goed biologisch te telen zijn. Rassen zoals Thompson Seedless  vragen continu chemische bijsturing: om de bloei op te starten, om de vruchtgrootte te beïnvloeden, om de tros te dunnen, om een goede kleur te krijgen. Als je dit zonder chemische middelen wilt doen, vraagt het om veel handwerk. De veredelingsbedrijven SNFL en Sun World presenteerden echter nieuwe, speciaal voor de biologische landbouw ontwikkelde druivenrassen. Biologische teler Warren Bam sprak enthousiast over Allison, een nieuwe variëteit van SNFL: “De natuur doet het meeste werk bij dit ras, zoals het hoort. Als teler is mijn belangrijkste taak om dit te ondersteunen met een gezonde, levende bodem.”

Oplossing voor droogte

Droogte is ook een belangrijke motivatie voor telers om over omschakeling na te denken. Dit jaar werd de Westkaap geteisterd door een droogte waarbij de totale watervoorraad van Kaapstad dreigde op te raken. De druivenoogst viel 15% lager uit en de meeste telers hebben al hun waterreserves opgemaakt. Eddie Redelinghuys, biologische druiventeler van het eerste uur, vertelde hoe biologische teelt hem helpt om dit probleem het hoofd te bieden. Hij heeft nog genoeg water over voor volgend jaar. “In de gangbare teelt verliest de grond zijn bodemleven en kan geen vocht meer vasthouden. Als biologische teler werk ik met compost. Daardoor heeft de bodem meer waterhoudend vermogen en kun je tot 60% water besparen. Als de hele Westkaap zou omschakelen naar biologische landbouw, zouden we 22 miljard liter water per jaar besparen.”

Aanpakken bij de wortels

Tobias Bandel van Soil & More Impacts, dat telers helpt bij omschakeling, wees erop dat een levende bodem veel meer voordelen heeft dan alleen een beter waterhoudend vermogen. “Je pakt alle problemen bij de wortels aan. De plant heeft meer weerstand en is dus minder gevoelig voor plagen en ziektes. Bovendien sla je koolstof in de bodem op, waardoor je een positieve bijdrage levert aan het oplossen van het klimaatprobleem.”

Na afloop van de conferentie gaven verschillende telers aan serieuze belangstelling te hebben voor omschakeling.

Eosta – met Nature & More als leidend merk – werd in 1990 opgericht en groeide in 27 jaar tijd uit tot een leidende distributeur van biologische groente en fruit, met leveranciers in zes continenten en afzet in heel Europa, de VS en Hongkong. Vanuit de kernwaarden – verantwoord, samen, authentiek – wil Eosta wil een bijdrage leveren aan gezonde voeding, een beter milieu en sociale verantwoordelijkheid.

WWW.NATUREANDMORE.COM

Voor foto’s van druiventeelt in Zuid-Afrika en meer, contacteer:

Eosta / Nature & More – Michaël Wilde

T:  +31 (0)180 63 55 63

M: +31 6 205 35 063

E: michael.wilde@eosta.com

activiteiten Antwerpen

We nodigen u graag uit op de lezing ‘Voordrachten voor jonge artsen’, gegeven door Luc Vandecasteele op vrijdag 25 mei om 20u in Volkstraat 40 te Antwerpen.

Tijdens de Weihnachtstagung, de Kerstbijeenkomst van 1923/24 te Dornach, richtte Rudolf Steiner de Hogeschool voor Geesteswetenschappen op. Daarin voorzag hij ook een medische sectie onder de leiding van Ita Wegman. Met Ita Wegman werkte Rudolf Steiner reeds voordien een medisch leerboek uit, vanuit de grondbeginselen van de antroposofie. Het boek zelf zou pas in 1925 verschijnen.
Dit moest leiden tot een vanuit de geesteswetenschap volledig hernieuwde spirituele geneeskunst die uitgaat van een volledig mensbeeld (naar lichaam, ziel en geest) en die tegelijk met de individuele karmische ontwikkeling rekening houdt. “Dat is de diepste impuls die ook de basis was van de Weihnachtstagung”. (GA 260a, p.489).
Dit leidde ook tot een productieve samenwerking tussen hen beiden in de praktijk. Rudolf Steiner bezocht, indien mogelijk, meermaals in de week de kliniek in Arlesheim en besprak urenlang patiënten. Er verging geen dag of er ontstonden nieuwe farmaceutische preparaten.
Bij deze intensieve werkzaamheden van de beginnende medische sectie hoorde ook een opleidingscursus voor studenten geneeskunde die reeds op 2 januari 1924, onmiddellijk na de stichtingsconferentie, begon. Deze cursus moest ook exemplarisch zijn, een model en precedent, voor de nieuwe werkwijze binnen de Hogeschool, ook voor de andere secties.
Ita Wegman: “De eerste cursus voor jonge artsen direct na de Weihnachtstagung bracht een volledige ommekeer. In deze cursus werd voor de eerste keer een poging ondernomen geheel esoterisch te spreken, dat betekent een poging om met de antroposofie diep binnen te dringen in ziekteleer en geneeskunst”. Dit werd de zogenaamde Jungmedizinerkurs.

Luc Vandecasteele is antroposofisch huisarts te Gent, onderzoeker en auteur.
Deze voordracht is de laatste in onze reeks ‘Het levende woord van Rudolf Steiner’.

Gelieve u vooraf aan te melden via initiatiefgroep.antwerpen@antroposofie.be

Met vriendelijke groet,
Hilde Maas
Initiatiefgroep Antwerpen

Screen Shot 2018-03-17 at 15.46.57
download pdf met klik op afbeelding

Die Furcht vor der Freiheit

Wie können wir mit der Angst vor einem dritten Weltkrieg umgehen?

rubikon.news
Donnerstag, 03. Mai 2018, 10:24 Uhr
~6 Minuten Lesezeit
von Elisa Gratias
Foto: Sergey Tinyakov/Shutterstock.com

Die militärische Reaktion der USA, Frankreichs und Großbritanniens auf den angeblichen Giftgasanschlag der syrischen Regierung löste einen riesigen Schrecken aus. Die Gefahr des dritten Weltkrieges lag bereits in der Luft und sorgte für Angst und Panik. Wie können wir damit umgehen? Kopf in den Sand, ewig debattieren und Recht haben wollen oder gelähmt auf das Ende warten? Elisa Gratias schlägt eine andere Lösung vor.

Als ich am 11. April über Facebook, den Rubikon und am Ende auch durch die Tagesschau die neuesten Nachrichten zu Russland und den USA mitbekam, wurde mir nach und nach übel. Mein Herz raste und meine Gedanken erstarrten.

Wie ein Masochist las ich immer mehr Artikel zum vermeintlichen Giftgasangriff in Syrien und zu den Reaktionen durch westliche Politiker. Nach und nach wurde ich von einem Gefühl der Lähmung ergriffen.

Mit schlaffen Schultern und hängendem Kopf schleppte ich mich vom Büro nach Hause und versuchte mich an den unvorstellbaren Gedanken zu gewöhnen, dass tatsächlich der seit Ewigkeiten prophezeite dritte Weltkrieg ausbricht.

Dann erhielt ich eine E-Mail von Jens Wernicke. Er erinnerte mich daran, dass Panik uns nicht weiterhilft und schrieb, dass wir auch im Falle eines großen Krieges damit umgehen müssten. Frei nach dem Motto:

„Hoffnung ist nicht die Überzeugung, dass etwas gut ausgeht, sondern die Gewissheit, dass etwas Sinn hat, egal wie es ausgeht“ (Vaclav Havel).

Seine Zeilen beruhigten mich. Ich stellte fest, dass ich mich bisher gegen den Gedanken, dass der Krieg tatsächlich jederzeit losgetreten werden kann, wehrte. So wie ich mich dreißig Jahre meines Lebens gegen meine Gefühle gewehrt hatte. Seit vier Jahren lerne ich nach und nach, sie wieder wahrzunehmen. Seitdem hat sich für mich viel verändert.

“Vandaag lijken we wel vergeten te zijn waar 1 mei voor staat”

Waarom 1 mei nog steeds bijzonder relevant is.

dewereldmorgen.be · by Yana Giovanis – maandag 30 april 2018

Deze dag gaat terug naar 1 mei 1886: een moment in de geschiedenis waarop wereldwijd succesvolle stakingen en betogingen plaatsvonden.

Waarom kwam men toen op straat? “3 x 8”: geen enkele persoon mag meer dan acht uren per dag werken. Acht uur werk, acht uur slaap en acht uur vrije tijd. Logisch. Toch?

1 mei is een dag waarop telkens opnieuw de focus wordt gelegd op het belang van correcte arbeids- en levensomstandigheden. Eerlijke en houdbare werkomstandigheden zoals een maximale achturendag, vanzelfsprekend. Of toch niet?

Stakingen en betogingen krijgen deze dagen veel kritiek, stuiten op onbegrip en ongenoegen. Een recht op arbeid wordt in een verkeerd perspectief getrokken. Eigenbelang blijkt te primeren. Kortzichtigheid neemt de bovenhand.

Maar vandaag lijken we te vergeten waar 1 mei voor staat: een jarenlange strijd voor waarden als solidariteit en inclusie, in het bijzonder op de arbeidsmarkt.

Meer dan een eeuw na 1 mei 1886 moeten wij nog steeds strijden voor deze waarden.

Ook bij Lidl, waar men blijkbaar enkel geld wil tellen, maar werknemers duidelijk niet tellen.

Mehr Liebe, bitte!

Mehr Liebe, bitte!

Ein liebevoller Umgang mit sich selbst und anderen verändert die Welt.

rubikon.news
Samstag, 07. April 2018, 08:40 Uhr
~6 Minuten Lesezeit
von Elisa Gratias
Foto: Akuma-Photo/Shutterstock.com

 

Mürrische Menschen bevölkern Deutschlands Straßen. So scheint es uns und so wird es uns oft von Mainstreammedien suggeriert. Ein achtsamer Blick auf eine ostdeutsche Kleinstadt enthüllt jedoch ein anderes Bild. Sind wir womöglich liebevoller als wir glauben?

Das blaue DDR-Fahrrad meiner Oma ist älter als ich und bestimmt ebenso schwer. Ich lege die Einkaufstasche in den Korb auf dem Gepäckträger, schiebe es aus dem Hausflur und radle los. Die ehemalige Kleinstadt in Südbrandenburg hat ihre Blütezeit hinter sich.

Ein paar der alten Plattenbauten stehen noch. So wie der meiner Oma. Viele andere haben sie abgerissen. Immer, wenn ich hier war, hatte ich bisher den Eindruck: Die Mauer steht noch. Zwar sind einige Blöcke abgerissen worden, doch der Ort blieb grau und wenig reizvoll – einmal abgesehen von den ausgedehnten Kiefernwäldern rundherum.