De duistere kanten van Frau Antje

09-11-20 11:11:00,

Nederland is apetrots op het succesverhaal van ‘ons exportlandje’. Jaarlijks verkopen we voor 80 miljard euro meer spullen aan het buitenland dan we importeren. Dat dit structurele handelsoverschot de Europese schuldenproblematiek verergert en groeiende ongelijkheid veroorzaakt, is veel minder bekend.

‘Simpelweg van levensbelang’: zo typeerde D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma de Nederlandse export. ‘Als het zuiden verdrinkt in de eigen schuldenberg, raakt dat Nederland keihard,’ zei hij in het Kamerdebat van 9 september. ‘Zonder Europees herstel geen Nederlands herstel.’

Ondanks de anti-Zuid-Europa-retoriek van het kabinet, ging premier Rutte in juli akkoord met een corona-herstelfonds van 750 miljard euro dat vooral gunstig is voor Zuid- en Oost-Europese landen. Ook al was dat dan grotendeel uit ‘eigenbelang’, gaf hij tijdens het Kamerdebat toe. ‘We mogen deze landen niet verder laten verzwakken omdat ze van ‘economisch belang zijn voor ons als exportland’. 

Het is een bekende karikatuur: als Italië niet genoeg geld heeft om onze bloemen te kunnen betalen, wordt ook de Nederlandse economie keihard geraakt. Met die gedachtegang verantwoorden regeringspartijen VVD, CDA, CU en D66 de transfers van Nederlands belastinggeld naar Zuid-Europa. Maar er wringt wat: als we indirect zelf betalen voor de bloemen die we naar Italië exporteren, waarom houden we ze dan niet lekker zelf? Ofwel: is het instandhouden van ‘Nederland exportland’ werkelijk een economisch doel om koste wat kost na te streven? 

VOC-mentaliteit 

Onze trots zijn op ‘Nederland als handelsland’ heeft diepe wortels in de Nederlandse cultuur. Oud-minister-president Jan-Peter Balkenende (CDA) riep in 2006 meermaals op tot meer VOC-mentaliteit. Daarmee verwees hij naar naar de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), de eerste naamloze vennootschap ter wereld die van 1602-1800 floreerde dankzij de handel met Azië. De aandeelhouders konden zo op een prachtige manier het ondernemersrisico delen en samen schathemeltjerijk worden. Balkenende zag hierin een voorbeeld van handelsgeest, daadkracht en durf. Anderen interpreteerden zijn verwijzing als verheerlijking van geweld, kolonisatie en slavenhandel – de schaduwzijde van de gouden eeuw. 

Nederland handelsland gaat echter nog verder terug. Belangrijke Nederlandse steden waren al in de middeleeuwen aangesloten bij het van oorsprong Duitse Hanzeverbond. De Europese graan- en houthandel rondom de Oostzee was ook voor Amsterdam de ‘moeder aller handel’. Vanuit die basis kon de VOC groot worden met de import van specerijen uit den Oost om Europese maaltijden mee te kruiden. 

 » Lees verder