De vanzelfsprekendheid van publieke zelfgenoegzaamheid | Wynia’s Week

de-vanzelfsprekendheid-van-publieke-zelfgenoegzaamheid-|-wynia’s-week

15-08-20 03:30:00,

Er zijn van die heerlijke woorden in de Nederlandse taal, waar je een hele boom over kunt opzetten. Ik ga dat hier proberen te doen over “vanzelfsprekendheid” en “zelfgenoegzaamheid”. In deze beide woorden zit het woord “zelf”. Maar wel in verschillende betekenissen.

In “vanzelfsprekendheid” heeft het woord “zelf” betrekking op het woord. Op de aard ervan. Op de interne logica ervan. Volgens Van Dale betekent “vanzelf” zonder hulp of oorzaak van buitenaf en is iets wat vanzelf spreekt logisch. ¹

Er zijn ook woorden, waar alleen al het woord “zelf” – dus niet in de samenstelling “vanzelf” – zonder hulp van buiten betekent, In “zelfredzaamheid” bijvoorbeeld. Dat betekent dat je jezelf kunt redden, het vermogen hebt om zelfstandig je leven te leiden en je eigen problemen op te lossen zonder de hulp van anderen. ²  

Dan zou je kunnen denken dat “zelfgenoegzaamheid” zo ongeveer hetzelfde is. Dat het betekent dat je zelf genoeg bent om iets op te lossen, dat je zelf goed genoeg bent om iets te regelen.

Maar dat is niet zo. En dat is het leuke van de Nederlandse taal. Die tegelijkertijd zo problematisch kan zijn voor nieuwkomers die Nederlands moeten leren.

Het woord “zelfgenoegzaamheid” heeft niet de betekenis dat je zelf goed genoeg bent, maar dat je jezelf goed genoeg vindt. Het is dus een subjectief begrip, heeft in feite de negatieve betekenis van arrogantie. Voorbeeld: De mate van zelfgenoegzaamheid van die politicus was stuitend. ³

Het woord “publieke” in de titel van dit artikel slaat op de publieke sector. “De publieke sector is de verzamelnaam voor alle overheidsorganisaties en semioverheidsorganisaties. De publieke sector is de tegenhanger van de private sector.” ⁴

De titel van dit artikel kan dus suggereren dat de zelfgenoegzaamheid van de publieke sector hetzij objectief vanzelfsprekend is, hetzij subjectief vanzelfsprekend wordt geacht. 

Genoeg theorie. Nu de praktijk. Eerste voorbeeld van vanzelfsprekend geachte zelfgenoegzaamheid:

In een vrij land heeft iedereen vrijheden en rechten. Ieder individu kan van deze vrijheden en rechten gebruik maken zolang dit gebruik niet conflicteert met vrijheden en rechten van anderen in dat land.

Ieder persoon is vrij om beslissingen te nemen over haar of zijn eigen lijf. De persoon is vrij om zelf te beslissen al of niet naar een dokter te gaan,

 » Lees verder