Gele vestjes in Boedapest | Uitpers

gele-vestjes-in-boedapest-uitpers

08-12-18 10:40:00,

Arbeiders en studenten, sommigen met geel vestje, tegen “slavernijwet”. (Daily News Hungary)

In Boedapest hebben duizenden arbeiders, studenten en andere burgers – velen met een geel vestje – betoogd tegen wat ze “de nieuwe slavernijwet” noemen. Het gaat om de hervorming van de arbeidswet waarbij de rol van de vakbonden bij sociaal overleg, zoals over lonen, wordt ingeperkt. De vakbonden kondigden aan dat ze vanaf maandag, zoals in Frankrijk, wegen zullen blokkeren.

De wet voorziet ook dat de patroons hun arbeiders 400 overuren, in plaats van nu 250, kunnen opleggen. Na sterk protest werd die verhoging “vrijwillig” gemaakt. Maar bonden en arbeiders vrezen dat de patroons in de praktijk toch de 400 uur zullen opleggen. Ook zou de berekening an de overuren nu over drie jaar in plaats van één lopen, wat de patroons grotere flexibiliteit geeft. Volgens de bonden komt dat neer op het instellen van de zesdaagse werkweek.

Lage lonen

Veel arbeiders klagen erover dat 14 jaar na de toetreding tot de EU, de loonverschillen met collega’s in Duitsland nog altijd enorm zijn. Dat is onder meer het geval in de automobielnijverheid. Bonden en arbeiders zien de hand van de Duitse autobouwers in de regeling voor overuren, onder meer om zo de schaarste aan arbeiders op te vangen. Audi en Daimler (Mercedes) hebben belangrijke vestigingen in Hongarije en BMW heeft plannen voor inplanting in Hongarije.

De lage lonen maken echter dat vooral jonge Hongaren uitwijken. Volgens de Oeso werken 600.000 Hongaren nu in het buitenland. Het lage werkloosheidscijfer, 3,7 %, heeft o.m. daarmee te maken.

Studenten betoogden mee omdat ze in de nieuwe arbeidswet de zoveelste aanslag op de democratische vrijheden zien. Veel studenten zijn verbolgen over het feit dat de regering van Viktor Orban de Centraal-Europese Universiteit heeft weggepest. Die kondigde deze week aan dat ze naar Wenen verhuist omdat verder werken in Hongarije onmogelijk is gemaakt.

.

 » Lees verder

Gele vestjes: de brandstofbelasting van Macron was geen oplossing voor de klimaatchaos

gele-vestjes-de-brandstofbelasting-van-macron-was-geen-oplossing-voor-de-klimaatchaos

07-12-18 02:44:00,

De Franse regering heeft nu besloten om een geplande eco-belasting op brandstof op te schorten als reactie op massale protesten. Terwijl de beweging van de ‘gele vesten’ (gilets jaunes) is uitgegroeid tot een bredere opstand tegen ongelijkheid en de neoliberale hervormingen van Macron, beweert de econoom en klimaatactivist Maxime Combes (Attac Frankrijk) dat als een manier om de klimaatverandering aan te pakken, de belasting noch eerlijk noch effectief is.

Het is in de naam van “ecologische transitie” en de noodzaak om “huishoudens te bevrijden van afhankelijkheid van brandstof”, dat de Franse premier Edouard Phillippe de status-quo rechtvaardigde: geen nieuw voorstel werd aangekondigd de dag na de protesten van “gilets jaunes”.

Door het instellen van de de koolstofbelasting, en daarmee de stijging van de brandstofprijzen, centraal te stellen in haar beleid om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen – een legitiem doel op zich – leidt de overheid de transitie juist op een doodlopend spoor, verblind door een ideologisch en ingeperkt begrip van de rol die ecologisch begrotingsbeleid kan en moet spelen.

Dit discours is bedoeld om eenvoudig en toegankelijk te zijn: door de prijzen van brandstoffen te verhogen, kunnen consumenten ertoe worden aangezet hun gedrag aan te passen, het gebruik van voertuigen te verminderen en/of zuinigere voertuigen te kopen. Hetzelfde geldt voor boilers die stookolie gebruiken, in welk geval de nadruk wordt gelegd op vervanging ervan ten gunste van houtgestookte of gasketels. Het geval van tabak wordt vaak als voorbeeld gebruikt: is de prijsverhoging niet geschied in naam van de volksgezondheid, waardoor het verbruik is verminderd?

Weinig invloed op gedrag

Als de uitgaven op korte termijn beperkt zijn, hoeft het verhogen van de prijs echter niet noodzakelijk het verbruik te verminderen. Of althans niet veel. Economen zeggen dan dat prijselasticiteit – dat wil zeggen, de gevoeligheid van het verbruik voor prijzen – zwak of zeer zwak is. In het geval van brandstoffen wordt de prijselasticiteit in het algemeen beschouwd tussen -0,1 en -0,35 procent: wanneer de prijs van brandstoffen – en met name diesel – met 10 procent stijgt, daalt het verbruik met 1 tot 3,5 procent. Om het verbruik met minimaal 10 procent – en tot 35 procent – te verminderen en daarmee een niet te verwaarlozen effect te hebben in de strijd tegen klimaatverandering, zou de prijs van brandstof moeten worden verdubbeld.

 » Lees verder