ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤRudolf Steiner:ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤ-ㅤㅤㅤㅤㅤㅤWeekspreuken

Deze weekspreuken zijn door Rudolf Steiner gegeven in 1912 / 1913: Anthroposophischer Seelenkalender.

vertalingen- en inleidingen: Mieke Mosmuller

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk


Week 01

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Met Pasen voelen we ons als opgestaan uit onze vage lichamelijke gedachten. In de lente schijnt de zon heel helder en al warm en al onze zintuigen lijken te worden verhelderd en verwarmd door de lentezon. De zon lijkt vanuit de verten van de kosmos tot al onze zinnen te spreken en we voelen geweldige vreugde daardoor. Die vreugde juicht in de diepten van onze ziel en we kunnen leren voelen hoe deze oprijst tot aan de stralen van de zon en zich ermee verenigt. Ik kan mijzelf voelen, ingebed in de warme zonnestralen en ik antwoord met grote vreugde, die uit mij komt, uit mijn gewaarworden.

Week 02

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Onze zintuigervaringen, gedachten en begrippen zijn gebaseerd op een leven in de ruimte. Onze voorstellingen zijn ruimtelijk van aard. Wanneer we op ons horloge kijken, wordt ook de tijd gevisualiseerd in een ruimtelijke vorm – voor zover we nog een wijzerplaats met de twaalf uren hebben. Ruimte is een soort werkelijkheid voor ons; tijd is veel minder een werkelijkheid. We moeten uiteraard leven met de tijd, het is een nogal dwingend medium, maar we hebben er geen duidelijk zintuig voor, zoals het oog voor de doorlichte ruimte om ons heen. Er zijn mensen met een goed tijdsgevoel, anderen hebben dat veel minder, komen bijvoorbeeld altijd te laat. Of nu tijd toch iets werkelijks is, of dat het een menselijk bedenksel is, een bedachte indeling om dag en nacht in te delen – dat is niet zonder meer duidelijk.

Week 03

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Niet slechts de gedachtenmacht verliest nu zijn eigenheid, de mens spreekt tot het wereld-al, terwijl hij zichzelfvergeet, en zich bevrijdt uit de boeien van de eigenheid. Vergeten is het zelf, maar niet de oorsprong ervan in de geestelijke werelden. Dat is juist wat het groeiende ik nu spreekt tot het wereld-al, dat het daarin het echte wezen van het ik doorgrond. Je kunt je als mens leren voelen, wortelend in de geestelijke werelden, in het wereld-al, en je aardse eigenheid leren vergeten. De illusie van de eigenheid wordt geofferd om tot het doorgronden van het echte wezen van het ik te kunnen komen, dat weet dat het de oorsprong niet in de aarde heeft, maar in de geestelijke werelden. Een spreuk uit Rudolf Steiners ziele-kalender wordt veel meer, wanneer je tracht om in een meditatie je daarmee te vereenzelvigen, dat wil zeggen, dat je probeert je ook werkelijk zo te beleven, als in de spreuk wordt aangeduid. Het is niet een vermaning die in de spreuk ligt, het is een feit. Maar we zijn ons deze feiten in het gewone leven helemaal niet bewust. Dit bewustzijn wordt ontwikkeld door een op de juiste wijze zich verdiepen in de beschreven toestand.

Week 04

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De gedachtenmacht heeft de eigenheid verloren en ik heb mij bevrijd van de waan van mijn eigenheden. Nu spreekt mijn gewaarwording, mijn gevoel, tot mij om te voelen het wezen, het worden van mijn wezen. Het gewaarworden, het voelen, kan zich nu met het sloeiende licht verenigen en ik kan leren om me voelend in deze processen in te leven: Ik kan leren hoe ik tot gewaarwording geworden ben en zo kan voelen mijn wezende wezen. Hoe het stromende licht en mijn gewaarworden één worden. Het licht, dat tot het denken behoort, het denken dat licht is, wordt zo ook warm, want de warmte is mijn gewaarwording. Door de vereniging van beiden, van licht en warmte ontstaat een stevige band tussen de mens met de gewaarwording die individueel is, en het licht dat universeel is: de wereld.

Week 05

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu heeft de ziel in haar gewaarwording zich met het licht verenigd. Het is het uiterlijke zonlicht, dat uit diepten van de geest komt, waarin het scheppen van de Goden zich openbaart. Dat licht weeft in de ruimte en is vruchtbaar. Je kunt dat gewaarworden in de rijkdom van de bloesem van allerlei aard, vooral de prunus, de fruitbomen en de sering. In het bewustzijn van alledag merk je niet dat het wezen van de ziel zich zo wijd heeft gemaakt, zodanig vrij is geworden van de in het innerlijk opgesloten zelfheid, dat in dat licht het wezen van de ziel verschijnt. De verlichte ruimte lijkt voor het gewone bewustzijn geheel zielloos te zijn. Zoals je de lucht niet waarneemt, behalve als ze krachtig tot wind wordt, zo neem je evenmin de ziel in de verlichte ruimte waar. Maar dit is de week in het jaar, waarin een natuurlijk ‘Magnificat’ gezongen wordt: Wijd wordt mijn ziel, zo wijd als het gehele wereld-zijn. Mei is de Mariamaand, het is de maand waarin in de katholieke traditie de processies worden gelopen, door de bloeiende velden. Dat is een uiting van dit ‘Magnificat’ van de ziel. In de weekspreuk kunnen we zelf innerlijk zo wijd worden als het wereld-zijn en beleven hoe dat een opstanding is uit de benauwde in het innerlijk zich houdende zelfheid. Met het woord ‘Goden’ worden alle wezens van de geestelijke wereld bedoeld, het is geen ‘polytheïstische’ bedoeling. We moeten hierbij denken aan de hogere Hiërarchieën, de engelen, aartsengelen, en de nog veel hogere wezens tot aan de serafijnen, samengaand in het scheppende Wereldwoord, Christus.

Week 06

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In deze week zouden we kunnen voelen hoe ons gehele zelf nu is opgestaan en niet meer leeft in de engheid van het eigen afgezonderde zijn, maar ruim geworden is tot in de krachten van tijd en ruimte. Het is geworden tot openbaring van de wereld zelf.
Maar dan, wanneer ik dit waarachtig voelen kan, verandert mijn gewaarwording van de wereld geheel. In het waarnemen van de openbaring van het zelf laat de wereld dit zelf zien als een afbeelding. Deze afbeelding wordt als een goddelijk oerbeeld getoond. Ik word de waarheid van de afbeelding van het zelf gewaar.
Als ik nu om mij heen kijk, naar de buitenwereld, dan zie ik mijzelf als de wereld, de wereld als mij zelf.

Week 07

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Terwijl het zelf wordt tot een afbeelding van de wereld bereikt het als het ware het uiterste punt van de zelfvergetelheid. Door aan die grens te komen, komt het tot het besef dat het zichzelf bijeen moet nemen en dat het niet in het kosmische licht moet willen wegvliegen. Een bijna onbekende eigenschap van de mens moet nu in de plaats komen van de macht van het denken: het vermoeden. Deze eigenschap moet nu deze macht van het denken vervangen, dat in de zintuigschijn zich wil verliezen.

Week 08

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Hoewel nu het vermoeden in de plaats is gekomen van het denken, zwelt de macht van de zintuigen nog steeds verder aan. Het scheppen van de goden versterkt dit aanzwellen. Daardoor wordt de denkkracht afgezwakt tot de vaagheid van de droom. Het vermoeden wordt nog vager, het wordt een dromen. Maar de ziel kan zich niet met het goddelijke wezen verenigen in de helderheid van het profane denken. Dit moet bescheiden worden en zwijgen zoals het dat in het droom-zijn doet.

Week 09

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu breekt de tijd aan waarin ik niet alleen mijn heldere denken moet opgeven, maar tevens mijn eigen wil moet leren vergeten. Wat ik wil doen, wat ik nodig heb, waarnaar ik verlang – het moet worden vergeten. Alleen dan kan de warmte van de zomer die in aantocht is mijn geest en ziel vervullen. Ik kan dat steeds weer innerlijk oefenen: mijn ziel en geest met de warmte vervullen die ik ken van de uiterlijke zomerwarmte; niet alleen mijn fysieke warmte voelen, maar tevens mijn spirituele warmte. Ik moet leren om mijzelf in het licht te verliezen. Als ik bij mijn gewone zelf blijf kan ik slechts het materiële zien, de fysieke wereld. Ik voel heel krachtig dat ik alleen dan mijn ware wezen kan vinden als ik bereid ben om mijn gewone zelf los te laten, te verliezen. Het is niet het gewone bekende alledaagse denken dat mij dit verkondigt, het is het voorvoelen, het vermoeden.

Week 10

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu naderen we de zomer. We raken eraan gewend om steeds meer naar buiten te kijken en we zien hoe de zon hoger en hoger staat, hoe de dagen lengen, hoe de nachten steeds korter worden.  We zijn er niet  aan gewend om te voelen dat we zelf met ons voelen mee gaan met het stijgen van de zon, hoe onze gevoelens ook wijd worden in de ruimte. We zijn eraan gewend om ons afgescheiden te voelen van de uiterlijke wereld.
Maar nu wordt ons dit bewust, dat het voelen wijd wordt en dat het een innerlijke beleving teruggeeft, niet in heldere gedachten, maar in een vaag voorgevoel. Mijn voelen is zo wijd geworden dat een goddelijk wezen mij heeft gevoeld. Ik kan dit niet helder gewaarworden – maar in de toekomst zal ik dat kunnen.

Week 11

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het denken, voelen en willen leven nu in volledige overgave aan de wereldwijde kosmische ruimte, zij hebben zich totaal uit het zelf losgemaakt. In de komende weken zal zich dit stabiliseren, het blijft – in verscheidene toestanden van de ziel – bestaan tot de 24e juni, het Johannesfeest. Daarna komt de metamorfose naar het feest van het begin van de herfst, het Michaelfeest.

Week 12

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

– Johanni –

Inleiding:

De overgave aan de wereld wordt dieper en dieper. Denken, willen en voelen van de ziel waren al geheel overgegeven aan het kosmische al. Nu komt de mogelijkheid om nog dieper te gaan in de overgave, doordat de diepste goddelijke krachten van het eigen leven worden vrijgemaakt. Ze worden ontbonden tot een wereldvlucht, een vlucht in de wereld. Alle bewuste inhouden van de ziel verliezen we nu, ze blijven in het fysieke lichaam op aarde achter. Wij behouden slechts het Zelf, dat in het wereldlicht en de wereldwarmte van de kosmos te vinden is.

Week 13

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het waarnemen met de zintuigen is nu de belangrijkste activiteit. Ik heb mijn persoonlijke gedachten, mijn wil en mijn gevoelens volledig overgegeven aan de zuivere hoogten van de zintuigen. Mijn ziel heeft nu geen persoonlijke inhoud meer. In plaats daarvan beginnen de vlammen van de vurige werelden van de geest in mijn ziel te spreken. In de zintuiglijke hoogten mag ik het ware wezen van de geest voorvoelen. In de diepten van de geest kan ik zoeken hoe ik verwant ben aan de geest met de geest – zo spreekt tot mij het Waarheidswoord  van de Goden.

Week 14

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In deze week in de zomer komt een keerpunt in ons innerlijke beleven. Tot nu toe moesten we de ziel geheel overgeven aan de waarneming met de zintuigen, waardoor we de drijfveer van ons eigen wezen verloren. Het denken werd droomachtig, het verloor zijn helderheid en werkte verdovend. Daardoor vergat ik mijzelf en leek ik mijn zelf te verliezen. Het keerpunt is nu dat we voelen hoe ons iets nadert dat ons wekt. We leven in de zintuiglijke schijn, maar daarin nadert ons het Werelddenken dat ons zal wekken.

Week 15

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu ben ik zo ver verwijderd van mijn zelf dat ik het weven van de Geest kan voelen in het licht van de wereld, in de schijn. Het verschijnt niet aan mij in een helder denken, het lijkt in een betovering te verschijnen. Deze wevende Geest heeft een sluier getrokken zo, dat ik deze niet in zijn ware wezen kan vatten. Mijn zintuigen zijn deze sluier, zij verdekken mijn ware wezen. Maar alleen door dit versluierd zijn wint mijn zelf aan kracht. Doordat het ik binnen de grenzen wordt gehouden groeit het juist. Het zou hiertoe niet vanuit zich zelf in staat zijn.

Week 16

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het leven van de geest schijnt mij een geest geschenk te hebben gegeven. Twee weken geleden voelde ik reeds hoe het geestelijke denken naderbij kwam, nu beleef ik het als een geschenk. De wereldgeest weeft in mij de wereldgedachten. Ik mag dit geestgeschenk echter niet naar buiten brengen, het moet in het innerlijk worden behoed. Het zijn geen heldere verstandgedachten, het is een vermoeden. Dit vermoeden vertelt mij dat ik dit geschenk voor mijzelf moeten houden, want alle goddelijke gaven moeten in de diepten van mijn ziel rijpen. Alleen zo kunnen ze vrucht brengen voor mijn zelf.

Week 17

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In de lente mochten we in onze zintuigen leven, waar het Wereldwoord in beelden spreekt die we tot in de diepten van de ziel konden leiden. De gehele macht van het denken werd stil zodat het mogelijk werd om deze zintuigbeelden gewaar te worden. Het wereldwijde woord vult de diepten van onze geest zolang als we geen verstandssluier erover spinden. Onze zintuigen zelf werken tevens als een sluier, zo lang als zij gebonden blijven aan het verstand. Wanneer ze als poorten werken, waardoor de gewaarwording gaat, worden de diepten van de geest met de wijdten van de wereld gevuld en we zullen in staat zijn om dit in onszelf te vinden – wanneer de tijd rijp zal zijn.

Week 18

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu heb ik het geestgeschenk ontvangen, maar moet de grootsheid van de ziel ontwikkelen om haar te kunnen verenigen met het kosmische Woord. De ziel moet een kleed worden voor de geest. Hier kunnen we een gelijkenis beleven met het ‘Magnificat’ van Maria:
Magnificat anima mea Dominum. Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari [Salvatore] meo.
Dit is de lofzang van Maria om de Heer te prijzen, in het Lucas – Evangelie, I, 46 -55.
Maria zegt: Mijn ziel verheerlijkt (vergroot) de Heer en mijn geest jubelt in God, mijn Redder (Weldoener).

Week 19

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het geestelijke geschenk is nu in mijn ziel en ik moet mij ontwikkelen om het mijn herinnering te kunnen omsluiten. Het is een spirituele daad die hier moet worden verricht. Herinnering is niet slechts inhoud, het is ook een vaardigheid. Ik moet nu trachten om deze vaardigheid ertoe te gebruiken om dit spirituele geschenk te omhullen. Dit doen zal de krachten van mijn ziel versterken en ze wekken in mijn innerlijk. Het herinneren van het geestgeschenk zal mij aan mijzelf schenken terwijl ik steeds meer mijzelf word.

Week 21

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het geestgeschenk in het innerlijk van de ziel kan nu steeds duidelijker worden beleefd, en ik kan voelen hoe het steeds meer groeit en vrucht draagt, hoe het me mij geeft, terwijl het sterker wordt. Het is niet het denken dat deze macht erkent, ook is het niet het alledaagse voelen. Het is een voorgevoel, een vermoeden dat in het innerlijk weeft, als een werkelijkheid die daar lichtvol actief is en die de macht van de zelfheid tot rijpen brengt.

Week 22

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu breekt de tijd aan waarin het licht van de wereld, waarin we ons in de zomer hebben uitgegoten, terugkeert in het innerlijk van de mens. Het wereldlicht wordt licht van de ziel, steeds meer innerlijk beleefd. Van daaruit draagt het het licht tot in de diepten van de geest. Zoals buiten de vruchten beginnen te rijpen, zo rijpen ze ook innerlijk. Maar daar brengen ze geen materiële vruchten voort, het zijn spirituele vruchten die rijpen. Uit het wereldzelf rijpt het mensenzelf, in het verloop van tijd.

Week 23

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Van het begin van mijn bezig zijn met deze spreuken, dat is inmiddels al meer dan dertig jaar, heeft deze spreuk in de tweede week van september mij diep geroerd, als een teken van het begin van de periode in het jaar waarin de ziel actief wordt en waar in de uiterlijke wereld de zintuigschijn gedempt raakt.  Sluiers mengen zich met het zonlicht – het is een van de mooiste ervaringen die er zijn… Je voelt de geweldige oproep: Gnothi seauton! Oh mens! Ken Uzelf! Het licht van de wereld keert zich geleidelijk naar binnen, de zomer gaat weg en de herfst begint de schoonheid te openbaren. De zomer heeft aan mij zichzelf gegeven! De zomer leeft verder in mijn ziel en met dit innerlijke licht kan ik de opstanding van de geest vinden!
Als we in staat zijn om de onzichtbare atmosfeer die opgeroepen wordt door deze beginnende herfst te bespeuren, dan kunnen we de vreugde voelen dat we in staat zijn tot een actief denken.

Week 24

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Nu komt de tijd van de steeds toenemende activiteit van de ziel. In de lente en de zomer moesten we ons aan de wereld overgeven, nu geeft de wereld zich aan ons – maar we zullen in toenemende mate innerlijk actief moeten worden. We kunnen niet wachten tot de kracht uit de wereldgeest ons het zelfbewustzijn brengt. We moeten ons scheppen door actief te zijn – zonder verlangen naar innerlijk rusten. Alleen dan beroert de wereldgeest de mensengeest en brengt licht in de ziel die duister zou blijven als zij passief zou willen blijven.

Week 25

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In het voorjaar en de zomer hebben we onszelf verloren aan het licht van de wereld, we hebben het overgegeven om het te laten groeien, zonder daar zelf iets aan te doen. Nu hebben we het zelf weer ontvangen en het wordt elke week lichter. Hoe meer duisternis buiten, des te sterker wordt het innerlijke licht. Het hoogtepunt bereikt dit met Kerstmis. Wanneer we naar buiten kijken kan dit een droevig gevoel geven omdat de dagen korter worden en de herfst komt. Maar dit is niets vergeleken met de vreugde van het verlichten van ruimte en tijd met het innerlijk groeiende licht. De zomer zal steeds meer in het innerlijk komen, terwijl het buiten winter is.

Week 26

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

– Michaël. –

Inleiding:

Nu we terugkeren naar ons lichaam, na de zomertijd, voegen we ons bij de natuur van het eigen lichaam. We kunnen de nabijheid van moeder natuur voelen, want we zijn een deel van haar voor zover als we geïncarneerd zijn. De wil draagt haar wordt hier gezegd. We moeten ons dus niet voorstellen dat de natuur de wilskracht draagt, maar dat het wilswezen de natuur draagt – wat een groot verschil betekent. En deze wil, die in het geheel niet materieel is zal de drijfveren van de geest stalen. Door deze machtige energie in de spirituele activiteit te brengen komt de zelfverzekerdheid op, en we zullen in staat zijn om onszelf werkelijke door onszelf in onszelf te dragen.
Het is een machtige kracht die hier beschreven wordt, dat kun je voelen, gewaar worden, wanneer je deze spreuk juist begrijpt. Deze macht, deze kracht is michaelisch en zal niet alleen licht in de duisternis van de winter binnendragen, maar zal ons tevens de moed geven die we nodig hebben om de volle verantwoordelijkheid te dragen voor alle gedachten, gevoelens en daden die we doen.

Week 27

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Onze weg ligt nu in de omgekeerde richting. We verliezen onszelf niet aan de wereld maar we vinden onszelf steeds meer in de diepten van ons wezen. Er ontwaakt een zelfaanschouwing en we hebben een verlangend voorgevoel dat er ooit een tijd zal komen dat we onszelf zullen vinden door onszelf te aanschouwen.
Mijzelf vinden betekent hier dat de kiem die in de zomer ontwikkeld is, in de herfststemming zal ontkiemen. Het is de krachtdrijfveer van mijn ziel die nu nog een kiem is, maar die zich tot volle groei en bloei zal ontwikkelen.
We kunnen trachten dit ’thuiskomen’ bij onszelf te voelen, de verwarmende herfststemming te voelen, de activiteit van de ziel te voelen.

Week 28

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In mijn innerlijk word ik niet alleen licht en warmte gewaar, maar voel ik ook de mogelijkheid om mijn denken sterker en sterker te maken, zo dat het steeds meer in staat raakt om het levensraadsel te verlichten. De raadsels die het leven me opgeeft kunnen worden opgelost door deze straling vanuit mijn ziele-zon.  Daardoor voel ik de gave dat ik het mysterie van het leven steeds meer kan doorzien, waarop ik al zo lang heb gehoopt, dat ik moest vrezen dat de vleugels van mijn verlangen zouden worden verlamd…

Week 29

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De erfenis van de zomer is, dat we in staat zijn om het denken voor onszelf tot licht te doen worden, in ons innerlijke leven. Het is niet een passief ontvangen van gedachten maar een actief tevoorschijn brengen ervan, steeds weer, voortdurend, zodat het gaat stralen. Het wordt ons duidelijk dat ‘denken’ betekent dat we uit de krachtbron van de wereldgeest alles wat we beleven zinvol kunnen duiden. Maar we moeten het begrijpen actief tot stand brengen, krachtig, innerlijk. De begrippen stralen als een innerlijk vuur – zoals de zon straalt in de zomer. Zij zullen ons door de herfst en de winter dragen.

Week 30

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De spreuk in de week van het Michaelfeest, nr. 26, is één van de omwentelingen in de weekspreuken. Hier stulpt de spreuk om, wat buiten was wordt binnen, wat binnen was wordt buiten. In deze dertigste week wordt dit heel duidelijk, wanneer we deze spreuk vergelijken met de spreuk nr. 23. We zouden heel precies moeten onderzoeken wat er gebeurt. In het begin van september werd onze blik gericht op het begin van de herfst in de natuur en de overgave van de zomer aan ons. Nu bereiken we een hoogtepunt daarin. In het licht van de ziel rijpen vruchten van het denken en ons gevoelsleven vormt zich om in de zekerheid van het zelfbewustzijn. Wat de herfst mij nu geeft is het ontwaken van de geest en het voorvoelen van de ziele-zomer die in de winter zal komen.

Week 31

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het licht is nu zodanig verinnerlijkt, dat het vanuit de geest naar buiten kan stralen. In deze tijd van het jaar is de actieve bewuste voortbrenging van het denken werkelijk actueel. We voelen hoe het wil is, die zich in het denken ontplooit, hoe die wil geestelijk wordt. En met die levens-wilskracht kunnen we de wereld van de zintuigen verlichten. Daardoor komen zuiver menselijke scheppende krachten uit het menselijk geestelijke, uit de drijfveren van de ziel, en verbinden zich met de handelingen die de mens verricht, tot in het ‘werk’, dat de mens schept.

Week 32

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De eigen kracht wordt nu steeds meer voelbaar. In de zomer was het een vreemde macht die werd gevoeld, nu is het de eigen kracht. In de zomer werd deze vreemde macht ons gegeven, nu geven we onze kracht aan de wereld. We kunnen ons eigen wezen als kracht ontplooiend leren beleven, een kracht die zich zo ontvouwt dat we steeds duidelijkere doorschouwen hoe het karma weeft in de wereld.

Week 33

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In augustus voelden we hoe ons eigen wezen, wanneer het beperkt zou blijven tot een eenzaam bestaan, de dood in zichzelf zou kunnen vinden. De ziel heeft het bestaan van de wereld nodig om zelf te kunnen bestaan. Nu, in november, voelen we het omgekeerde. We voelen hoe de wereld niet zou kunnen bestaan, hoe deze zou moeten sterven, als de menselijke ziel niet met de wereld zou meeleven. De wereld moet zichzelf in de menselijke ziel opnieuw kunnen scheppen; zondere deze macht zich te openbaren in de zielen zou zij in zichzelf de dood vinden.

Week 37

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De inspiratie van de ziel, de band tussen ziel en lichaam word in de midwintertijd volmaakt. Deze inademing, die in de zomer reeds begon, wordt compleet en aarde en mens houden de adem in tot in het nieuwe jaar, na Epifanie of Driekoningen, de uitademing weer begint. In de oude Germaanse kalender telde men twaalf maan-maanden van elk 29,5 dag. In totaal telt men dan 354 dagen. Het onderscheid met het zonnejaar bedraagt 11 dagen en 12 nachten. De mensen voelden dat in deze overgebleven dagen de goddelijke orde zich terugtrok, het waren als het ware lege dagen en nachten, begonnen om middernacht 24/25 december en eindigend om middernacht 5/6 januari. Gedurende deze periode gluurde de duisternis en zon op een moment om de demonen de macht te laten overnemen. Het volk kende allerlei maatregelen om zich te beschermen: veel lawaai maken, kaarsen branden, vuurwerk, wierook en nog veel meer.

Week 38

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

– Kerst –

Inleiding:

De dertien Heilige Nachten midden in de wintertijd. In de oude Mysteriën, voordat Christus op aarde kwam, werden er al feesten gevierd ten tijde van de hoogtepunten van de seizoenen in het jaarverloop: midwinter, lente, midzomer en herfst.
In de midwinter tijd is de ziel de verlichting van het fysieke lichaam en omdat zij nu heel dicht bij de duisternis van de aarde is, voelt zij de noodzaak om te reflecteren over het wezen van het Boze en ook om de vaardigheid te ontwikkelen om zich voor het Boze te hoeden.

Week 40

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

We volgen de grootse spirituele gebeurtenissen door het jaar heen, of we nu bewust daarvan zijn of niet. De weekspreuken brengen deze gebeurtenissen in het bewustzijn. Op 6 januari vieren we de Epifanie, de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. Dit is het begin van de drie jaren van het werken van Christus op aarde. Een heilige incarnatie vindt plaats. Wij als menselijke wezens mogen deze Epifanie meemaken, deze tekent zich in onze ziel, maar we kijken er niet naar omdat onze blik naar buiten gericht is en nooit naar het innerlijke spirituele leven – behalve wanneer we mediteren en weten hoe we dat moeten doen.

Week 41

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Een prachtig beeld ligt in deze weekspreuk verborgen. We voelen de sterke goede macht van de ziel. Zij is met geest doordrongen, met goddelijke krachten, en dus wil ze deze goddelijke krachten door haar daden in de uiterlijke wereld brengen. Zij wil zichzelf vorm geven, wil een wezen worden dat zo gevormd is dat zij in staat is om zichzelf in ware mensenliefde en echt mensenwerk te metamorfoseren.

Week 42

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De uiterlijke wereld is nog donker, al worden de dagen langzamerhand langer. De natuur is rustig, het is meer het minerale karakter dat nu kan worden waargenomen. Maar in het innerlijke leven van de mens kan nu de eigen kracht sterk worden gevoeld en dit geeft de drijfveer om zichzelf te openbaren en naar buiten te brengen. De warmte van het hart is een soort zintuig waarmee de komende openbaring van de zintuigwereld kan worden voorvoeld.

Week 43

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Wat we de vorige week beleefd hebben, wordt nu nog sterker. Het is de warmte van de geest die de winterdiepten verwarmt. De schijn van de wereld, dat is niet het volle zijn, wordt nu tot reële macht van het zijn. De krachten van het hart geven deze macht. We kunnen leren te voelen dat de innerlijke warmte, het vuur van de ziel, als een macht werkt om de koude van de wereld te weerstaan.

Week 44

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In deze en in de volgende week bereiken we een volkomen helderheid van denken. Dan zal het keerpunt komen, een toeneiging  naar de uiterlijke wereld. In deze weken hebben we nog voldoende denkkrachten en helderheid in het denken om dit volbewust in de beginnende groei van de buitenwereld binnen te dragen.

Week 45

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In deze week wendt het hoogtepunt van de winter, de heldere denkkracht, zich naar de zintuigen, nog niet als een volkomen activiteit, maar als een doorweven van de zinnen met de gedachtenmacht. Het is het eerste gebaar van het denken in de richting van de zintuiglijke wereld: het brengt de zintuigen in een toestand van volkomen helderheid. Alleen op deze wijze kunnen de zintuigen deze helderheid verkrijgen en kan een zuivere waarneming worden bereikt. Dan kan de volheid van de ziel zich verenigen met het wereldworden. De zintuigen zijn niet slechts fysieke organen die werkzaam zijn door eigen kracht. Het denken moet door de zintuigen heen schijnen opdat ze tot volledige helderheid worden verlicht.

Week 46

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Deze week voelen we de voorbode van de lente. Het heldere denken dat we in de wintertijd hebben ontwikkeld dreigt nu verdoofd te raken door de beginnende groei in de natuur. Maar met onze wilskracht kunnen we ons herinneren aan onze winter-kracht en hierdoor zelfs een versterking van het schouwen bereiken.

Week 47

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In de natuur komt nu de kiem- en groeikracht op en die geeft de zintuigindrukken die altijd schijnen, meer leven. Die natuurlijke lust in het worden heeft de denkkracht nodig die met haar overeenkomt, en die in herfst en wintertijd gesterkt is door de goddelijke krachten in het menselijke innerlijk.

Week 48

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

Het in de vorige week beschreven krachtige denken komt nu als licht uit de wereldhoogten tot ons, als zekerheid van het werelddenken. De machtige stralen bundelen zich om in het mensenhart de liefde te wekken. Uit het mensendenken dat zich buiten zichzelf omkeert tot werelddenken ontstaat de ware liefde.

Week 49

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

In de vorige week was het de liefde die in het hart gewekt werd door de zekerheid van het werelddenken. Nu biedt het innerlijk de stralen van de hoop aan de komende werelddag. We voelen nu de kracht van het zijn, en de helderheid van het denken spreekt dit uit, terwijl het bewust is van het groeien van de geest, zoals dit zich voltrok in de uiterlijk donkere wintertijd.

Week 51

https://www.miekemosmuller.com/nl/weekspreuk

Inleiding:

De ommekeer dient zich aan, de werkingen keren zich van buiten naar binnen. De toenemende rijkdom van buiten komt via de zintuigen tot in het innerlijk van de mens. In het ziende oog ontmoet de Wereldgeest zichzelf. Maar dat mensenoog put de kracht om zich steeds nieuw te scheppen juist uit de Wereldgeest.