2021-12 November – Ons Egyptisch Erfgoed, Deel 3

Ons Egyptisch Erfgoed, Deel 3

Isis en Madonna


Nieuwsbrief over Antroposofie

Beste vrienden,

Toen R. Steiner de Sixtijnse Madonna besprak, vestigde hij de aandacht op het aantal engelen- of kindergezichten dat Rafaël in de wolken schilderde. Dit geeft artistiek de indruk alsof het gezicht van het naar de aarde komende Kind Jezus uit de vele wolkengezichten verdicht zou hebben. Een beeld voor de maagdelijke ontvangenis of ook een beeld voor de kosmische oorsprong van het Christuswezen (GA 57, 29.4.1909; GA 105, 4.8.1908).

Wat Jezus betreft, kan de conceptie niet zo zijn geweest dat het vaderschap van Jozef geen rol heeft gespeeld, in de eerste plaats biologisch-aards. Ten tweede, bijbels gezien, want wat zou het nut zijn van de twee geslachtsregisters in Mattheüs en Lucas als uitgerekend Jozef als vader van Jezus betekenisloos zou zijn? De eigenlijke maagdelijke ontvangenis was iets heel anders. Het was het moment van de doop in de Jordaan, toen de Christus-God, de Logos of het Ik van de wereld, afkomstig uit kosmische oorden, binnentrad in de mens Jezus en daar iets meer dan 3 jaar verbleef. Dit werd vanaf de 6e eeuw niet meer begrepen en daarom werd de maagdelijke ontvangenis teruggedrongen tot de moeder van Jezus (GA 353, 26.3.1924, Arbeiderslezing over christelijke ontwikkeling).

De Sixtijnse Madonna is zo geschilderd dat men in het uit de wolken geboren kind de latere gebeurtenis van de geboorte van Christus bij de doop in de Jordaan kan gewaarworden. Michelangelo deed een soortgelijk werk op de Piëta in de Sint-Pietersbasiliek, door de moeder zo jeugdig te schilderen dat zij duidelijk jonger lijkt dan haar eigen zoon, die als een lijk op haar knieën ligt. Michelangelo zelf en, in navolging van hem, R. Steiner interpreteerden dit als een verwijzing naar de maagdelijke ontvangenis (GA 57, 29.4.1909).

In Egyptische tijden was het de godin Isis die door een lichtstraal van Osiris de jongen van Horus maagdelijk ter wereld bracht. Isis als maangodin en Osiris als zonnegod komen op veel Egyptische afbeeldingen voor. De christelijke Madonna op de maansikkel, die de jongen als toekomstige drager van de Christuszon naar de aarde draagt, wil hetzelfde zeggen. In dit opzicht is er een innerlijke relatie tussen Isis en Madonna (titel van een lezing op 29.4.1909 in GA 57).

Dezelfde samenhang werd ook innerlijk begrepen als een voorbeeld voor onze zielsontwikkeling. De Egyptische ingewijde kon reeds tijdens zijn leven bereiken wat iedere Egyptenaar na zijn dood hoopte: een Osiris te worden. Dit blijkt duidelijk uit het Dodenboek van de Egyptenaren. De ziel moest daarvoor gezuiverd worden, zo zuiver als de ziel van Isis gezuiverd was. Angelus Silesius verwoordde hetzelfde principe voor onze tijd:

De geestelijke Maria
Ik moet Maria zijn en God uit mij baren,
Zal hij mij de eeuwige gelukzaligheid schenken
(Cherubinischer Wandersmann, 1e boek, nr. 23).

In zijn mariale hymne spreekt Novalis zelfs de stadia van hogere kennis uit:

Ik zie u in duizend schilderijen,
Maria, lievelijk uitgedrukt,
Maar geen van hen kan u uitbeelden,
Als mijn ziel u aanschouwt.

Ik weet alleen dat het rumoer van de wereld
Sindsdien mij als een droom wegblaast,
En een onuitsprekelijk zoete hemel
Mij eeuwig in het gemoed staat
.

De imaginatieve wereld verschijnt aan ons in duizend beelden, die aanvankelijk de leerling van de geest in verwarring brengen. Hij is nog in de wereld van de ruimte, maar het zijn al geestelijke beelden. Eén stap verder leert de leerling de beelden te onderdrukken en zich te bezinnen op zijn eigen ziel, die de beelden heeft geschapen. Daardoor komt hij in een element van tijd. Met “sindsdien” bereikt de dichter deze dimensie van tijd en heeft hij de rijkdom van beelden verlaten. Het woord “weggeblazen” ontstaat direct uit het ademen van de lucht. Inspiratie betekent letterlijk inademing. Pas in een derde stap komt een zekere kennistoestand tot stand, zodat het ik van de kenner versmelt met het te kennen object. De hemel van kennis staat zo duidelijk voor de ziel dat de zoeker van de geest het gevoel van eeuwigheid ervaart. “Staat” is in dit verband precies het juiste woord voor het feit dat bij intuïtie de kennis van een object volledig is. De stadia van Hogere Kennis (GA 12) en het hoofdstuk over Hogere Kennis in Geheimwetenschap (GA 13) beschrijven imaginatie, inspiratie en intuïtie zo, zoals hier aangegeven.

Alleen wie in een vorig leven dezelfde Madonna had geschilderd, kon zulke gedichten over de Madonna schrijven. Novalis was de herboren Rafaël (GA 133, 20.6.1912 en vele andere passages). Er zijn 38 Madonna’s van Rafaël. Dit was de belichaming van die “duizend schilderijen” die Novalis in zijn vroegere leven op aarde als Rafaël zelf had geschilderd. Door een gelukkige speling van het lot kwam de Sixtijnse Madonna 20 jaar voor de geboorte van Novalis naar Dresden, naar het gebied waar de herboren Rafaël zijn leven doorbracht.

Hartelijke groeten Friedwart Husemann

Isis und Madonna

Originele (Duitse) tekst:

Unser ägyptisches Erbe, 3. Teil

Rundbrief zur Anthroposophie

Wenn R. Steiner die Sixtinische Madonna besprach, machte er darauf aufmerksam, wie viele Engels- oder Kindergesichter Raffael in die Wolken gemalt hat. Dadurch entsteht künstlerisch der Eindruck, wie wenn das Gesicht des zur Erde kommenden Jesuskindes sich aus den vielen Wolkengesichtern verdichtet hätte. Ein Bild für die jungfräuliche Empfängnis oder auch ein Bild für den kosmischen Ursprung des Christuswesens (GA 57, 29.4.1909; GA 105, 4.8.1908). 

Im Hinblick auf den Jesus kann die Empfängnis nicht so gewesen sein, dass die Vaterschaft des Josef keine Rolle spielte, erstens biologisch irdisch. Zweitens biblisch, denn was hätten die beiden Geschlechtsregister bei Matthäus und Lukas für einen Sinn, wenn ausgerechnet Josef als Vater des Jesus bedeutungslos gewesen sein sollte? Die eigentliche jungfräuliche Empfängnis war eben etwas ganz anderes. Es war der Moment der Jordantaufe, als der Christusgott, der Logos oder das Welten- Ich aus kosmischen Weiten kommend in den Menschen Jesus einzog und dort etwas mehr als 3 Jahre lang wohnte. Das hat man ab dem 6. Jahrhundert nicht mehr verstanden und deswegen die jungfräuliche Empfängnis in die Mutter Jesu zurückgeschoben (GA 353, 26.3.1924, Arbeitervortrag über die christliche Entwicklung). 

Die Sixtinische Madonna ist so gemalt, dass man in dem aus den Wolken geborenen Kind das spätere Ereignis der Christusgeburt bei der Jordantaufe erahnen kann. Ähnlich hat es Michelangelo bei der Pieta im Petersdom gestaltet, er bildete die Mutter so jugendlich, dass sie deutlich jünger erscheint als ihr eigener Sohn, der als Leichnam auf ihren Knieen liegt. Michelangelo selbst und ihm folgend R. Steiner deuteten dies als Hinweis auf die jungfräuliche Empfängnis (GA 57, 29.4.1909). 

In der ägyptischen Zeit war es die Göttin Isis, die durch einen Lichtstrahl des Osiris den Horusknaben jungfräulich empfangen hat. Isis als Monden Göttin und Osiris als Sonnengott erscheinen auf vielen ägyptischen Bildwerken. Die christliche Madonna auf der Monden Sichel, die den Knaben als künftigen Träger der Christussonne zur Erde trägt, will dasselbe sagen. Insofern besteht eine innere Verwandtschaft zwischen Isis und Madonna (Titel eines Vortrages am 29.4.1909 in GA 57). 

Dieselben Zusammenhänge wurden auch innerlich als Vorbild unserer Seelenentwicklung verstanden. Der ägyptische Eingeweihte konnte schon während seines Lebens das erringen, was jeder Ägypter nach dem Tode erhoffte: ein Osiris zu werden. Das geht aus dem Totenbuch der Ägypter hervor. Die Seele musste dafür gereinigt sein, so rein wie die Seele der Isis gereinigt war. Denselben Vorgang hat Angelus Silesius für unseren Zeitraum so ausgesprochen: 

Die geistliche Maria

Ich muß Maria sein und Gott aus mir gebären,

Soll er mich ewiglich der Seligkeit gewähren (Cherubinischer Wandersmann, 1. Buch, Nr. 23).

In seiner Marienhymne spricht Novalis sogar die Stufen der höheren Erkenntnis aus: 

Ich sehe dich in tausend Bildern,

Maria, lieblich ausgedrückt,

Doch keins von allen kann dich schildern,

Wie meine Seele dich erblickt.

Ich weiß nur, daß der Welt Getümmel

Seitdem mir wie ein Traum verweht,

Und ein unnennbar süßer Himmel

Mir ewig im Gemüte steht.

Die imaginative Welt erscheint uns in tausend Bildern, die den Geistesschüler zunächst verwirren. Er ist noch in der Welt des Raumes, aber es sind schon geistige Bilder. Einen Schritt weiter lernt der Schüler, die Bilder zu unterdrücken und sich auf seine eigene Seele zu besinnen, welche die Bilder geschaffen hat. Dadurch kommt er in ein zeitliches Element. Mit dem „seitdem“ erreicht der Dichter diese Dimension der Zeit und hat die Fülle der Bilder verlassen. Das Wort „verwehen“ ist unmittelbar aus dem Atmen der Luft geschaffen. Inspiration heißt wörtlich übersetzt Einatmung. Dann erst in einem dritten Schritt kommt die sichere Erkenntnis zustande, sodass das Ich des Erkennenden mit dem zu erkennenden Gegenstand verschmilzt. Der Himmel der Erkenntnis steht so klar vor der Seele, dass der Geistessucher das Gefühl der Ewigkeit erlebt. „Steht“ in diesem Zusammenhang ist genau das richtige Wort dafür, dass mit der Intuition die Erkenntnis eines Gegenstandes vollendet ist. Die Stufen der höheren Erkenntnis (GA 12) und das Kapitel über die höhere Erkenntnis in der Geheimwissenschaft (GA 13) beschreiben Imagination, Inspiration und Intuition so, wie hier angedeutet.

So über die Madonna dichten, konnte nur, wer dieselbe Madonna in einem früheren Leben gemalt hatte. Novalis ist der wiedergeborene Raffael gewesen (GA 133, 20.6.1912 und viele weitere Stellen). Es gibt 38 Madonnen von Raffael. Das war der Inbegriff jener „tausend Bilder“, die Novalis in seinem früheren Erdenleben als Raffael selbst gemalt hatte. Durch eine glückliche Schicksalsfügung kam die Sixtinischen Madonna 20 Jahre vor der Geburt des Novalis nach Dresden, in die Umgebung, wo der wiedergeborene Raffael sein Leben verbrachte. 

Herzlich Ihr Friedwart Husemann