Friedward Husemann: – 2022 – 9 Januari – En mens zijn betekent voor hem koning zijn

En mens zijn betekent voor hem koning zijn


Nieuwsbrief over Antroposofie

Beste vrienden,

Christian Morgenstern publiceerde zijn eerste werk “In Phanta’s Kasteel” in 1895. R.M. Rilke was zeer enthousiast en schreef een brief aan Morgenstern, waaraan hij zelfs een gedicht van hemzelf over “Phanta” aan toevoegde. Rilke had de gedichten “Maan-opkomst” en “Epiloog” elk “waarschijnlijk wel tien keer” gelezen. Hij was vooral onder de indruk van de laatste regel van de “Epiloog”. Ik breng hier de laatste passage van dit gedicht, waar de dichter zich weer tot het moederhart van de natuur wendt:

“………

Ik heb mijn weg naar huis weer gevonden

naar het moederhart van de natuur!

In hem is alles groot en echt,

Onwijd door goed en kwaad:

Schoonheid is haar kracht, kracht haar recht,

Zijn hartslag is de eeuwigheid.

Wie de handen van deze moeder leiden

van vandaag tot in de eeuwigheid,

leert de stap van de overwinnaar te zetten,

en mens zijn betekent voor hem koning zijn.”

Rilke hield van de zin “En mens zijn betekent voor hem koning zijn”. We willen nog even over deze zin nadenken.

Alleen een innerlijk koningschap kan bedoeld zijn. Zoiets als het “onbaatzuchtige zelfbewustzijn” waarvan R. Steiner spreekt over in de Michaelimaginatie (GA 229, 5.10.1923). Een zelfbewustzijn dat de wereld doorziet, net zoals de drie koningen destijds Koning Herodes doorzagen. Toen was het een droom die de drie juist konden interpreteren. Vandaag de dag geeft de Heer het de zijnen niet meer in slaap, maar de huidige “via regia in het geestelijke” toont zich zeer nuchter. Het is de studie van de geesteswetenschap, die voor de mens van vandaag reeds het eerste stadium van het geestelijk leerling-zijn is. Het is ons intellect dat verlossing nodig heeft, verlossing door spirituele conceptualisatie. Het intellect moet getransformeerd worden, het heeft geen zin om te proberen het te vermijden, anders beland je bij Lucifer.

In het licht van dit alles schrijf ik u de volgende passage, die, goed beschouwd, een beroep kan doen op onze beste krachten:

“Want de waarheid heeft wegen die alleen zij bewandelt en die de machten der duisternis niet bewandelen. Mogen wij ons verenigen, oud en jong, jong en oud, om een helder zicht te verwerven voor het vinden van zulke wegen tot waarheid” (GA 204, 9.4.1921).

Hartelijke groeten,
Friedwart Husemann

Originele (Duitse) tekst:

Und Mensch sein heißt ihm König sein

Rundbrief zur Anthroposophie

Liebe Freunde

Christian Morgenstern veröffentlichte 1895 seinen Erstling „In Phantas Schloß“. R. M. Rilke war ganz begeistert und schrieb an Morgenstern einen Brief, dem er sogar ein eigenes Gedicht über „Phanta“ beifügte. Die Gedichte „Mondaufgang“ und „Epilog“ hatte Rilke jeweils „wohl zehnmal“ gelesen. Besonders hatte es ihm die letzte Zeile vom „Epilog“ angetan. Ich bringe hier die letzte Passage dieses Gedichtes, wo der Dichter sich wieder zurück zum Mutterherzen der Natur wendet: 

„………

hab ich mich wieder heimgefunden

zum Mutterherzen der Natur!

In ihm ist alles groß und echt,

von gut und böse unentweiht:

Schönheit ist Kraft ihm, Kraft ihm Recht,

sein Pulsschlag ist die Ewigkeit.

Wen dieser Mutter Hände leiten

vom Heut ins Ewige hinein,

der lernt den Schritt des Siegers schreiten,

und Mensch sein heißt ihm König sein.“

Der Satz „Und Mensch sein heißt ihm König sein“, der gefiel Rilke. Über diesen Satz wollen wir noch etwas nachdenken.

Es kann ja nur ein inneres Königtum gemeint sein. So etwas wie das „selbstlose Selbstbewusstsein“, von dem R. Steiner in der Michaelimagination spricht (GA 229, 5.10.1923). Ein Selbstbewusstsein, das die Welt durchschaut, so wie die drei Könige damals den König Herodes durchschauten. Damals war es ein Traum, den die drei richtig deuten konnten. Heute gibt es der Herr den Seinen nicht mehr im Schlafe, sondern die heutige „via regia ins Geistige“ erscheint sehr nüchtern. Sie ist das Studium der Geisteswissenschaft, die für den heutigen Menschen schon die erste Stufe der Geistesschülerschaft bedeutet. Unser Intellekt ist es nämlich, welcher der Erlösung bedarf, der Erlösung durch spirituelle Begriffsbildungen. Der Intellekt muss verwandelt werden, es nützt nichts, ihn vermeiden zu wollen, sonst landet man bei Luzifer. 

Zu all dem passend schreibe ich Ihnen folgende Stelle, die richtig betrachtet unsere besten Kräfte aufrufen kann: 

„Denn die Wahrheit hat Wege, welche nur sie auffinden kann, und welche den Mächten der Finsternis doch nicht auffindbar sind. Möchten wir uns vereinigen, alt und jung, jung und alt, um uns einen klaren Blick anzueignen für das Auffinden solcher Wahrheitswege“ (GA 204, 9.4.1921).  

Herzliche Grüße zur Dreikönigszeit

Ihr Friedwart Husemann